Op de eerste dinsdag van elke maand is er een teisho, een korte toelichting bij een vraag uit de zenpraktijk. Dat kan een tekst zijn die gelezen wordt of een toespraak. In de mate van het mogelijke publiceren wij hier een korte samenvatting of de volledige tekst

De uiterlijke gestalte van de zenpraktijk.


De zentraditie heeft weinig op met uiterlijk vertoon. Het aantal rituelen is beperkt en er wordt ook niet zoveel uiterlijk vertoon aangegeven. Alle aandacht gaat immers om de zogenaamde vier basisregels van zen, die al in de zevende eeuw zijn geformuleerd:
• het gaat om de Overdracht buiten de geschriften om:
• niet steunend op letters en woorden en dus buiten de geschriften;
• direct wijzende naar de eigen geest
• het verwezenlijken van de boeddha-aard door de eigen ware natuur te zien

Opmerkelijk is evenwel dat het aantal boeken, artikels en geschriften over zen heelder bibliotheken kan vullen. Schrijven over zen is dan ook niet zo moeilijk; schrijven vanuit zen is evenwel van een heel andere orde. Hetzelfde geldt voor het spreken over die paar simpele gebaren die wel hun plaats hebben in een meditatiesessie. Onthoud evenwel dat het gaat om upaya, geschikte hulpmiddelen die evenwel op geen enkele manier de centrale inzet van de zenoefening kunnen vervangen. Zelfs over zijn eigen, breed gesmaakte zentoespraken zei mijn zenleraar Ton Lathouwers dat ze op zijn best bijvangst waren maar dat de enige echte leraar het roerloze zitten in zazen was. Vandaar dat ik probeer met u een rondgang in ruimte en tijd te maken doorheen een meditatiepraktijk van 2 keer een halfuur zitten, onderbroken door enkele minuten meditatief stappen en afgesloten met het reciteren van de Gelofte aan de mensheid.

1. De ruimte

Onze meditaties vinden plaats in het Groot Begijnhof, 16 te Leuven. Wij prijzen ons ongelooflijk gelukkig en dankbaar dat wij daar al zovele jaren de gastvrijheid kunnen genieten van de Universitaire Parochie van de KU Leuven. Ongeacht het grotendeels civiele gebruik van het Groot Begijnhof hebben sommige plaatsen iets behouden van de religieuze sfeer die er zolang, al vanaf de 13de eeuw, voelbaar was. Tijdens de hoogtijdagen in de 17de eeuw, na de godsdienstoorlogen van de 16de eeuw, woonden er zo een 360 begijnen. Begijnen kunnen licht verward worden met kloosterzusters maar dat waren ze niet. Het gaat om vrouwen die gewild ongehuwd blijven en
aan de rand van steden een exclusief vrouwelijke gemeenschap. Ze leven een sober leven, gericht op christelijke vroomheid maar anders dan kloosterzusters leggen zij geen geloften van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid af. Zij moeten uiteraard ook eigen inkomsten hebben en dat doen ze 'in de wereld' met het geven van lessen, ziekenzorg, wolwasserij enz.
Na de hoogtijdagen in de 17de eeuw gaat het evenwel bergaf met deze beweging met als triest schakelpunt de onteigening van veel kerkelijke eigendommen in de nasleep van de Franse Revolutie. Toch stierf de laatste begijn van het Groot Begijnhof pas in 1988 na een verblijf van 60 jaar (!) in het Begijnhof.
Op de een of andere manier is het makkelijker te mediteren in gebouwen met een religieuze afstamming. Alsof de muren doortrokken zijn van aandacht voor het hogere, het andere. Het lijkt er bovendien op dat wie mediteert ook gevoeliger wordt voor de sfeer van die eerbiedwaardige traditie.


2. Voor het betreden van de zendo

2. 1. De zendo als liminale ruimte

De zendo is uiteraard de ruimte waar gemediteerd wordt. Omwille van de specifieke inrichting van de 16 die een multifunctionele ruimte is, beperk ik even de Leuvense zendo tot het vasttapijt. U staat aan de rand van het vasttapijt en u hebt uw schoenen uitgedaan en netjes achtergelaten in de ruimte daarvoor. Elke sesshin (meerdaagse meditatieperiode) herinnerde mijn zenlaar aan zijn wedervaren met zenmeester Kobori Nanrei Sohaku in Japan die hem zijn eerste zenles gaf door te wijzen op het belang van de schoenen netjes en met volle aandacht neer te ztten. Niets van wat gebeurt in de zendo, en bij uitbreiding in het leven, is onbelangrijk en verdient het met aandacht en zorg gedaan te worden.

De wachtruimte voor de zendo is bij uitstek wat genoemd wordt een liminale ruime, een tussenruimte aan de grens. De wereld bestaat immers niet enkel uit vaste plaatsen van hier en daar, uit afgebakende momenten van toen en nu en straks maar ook uit al dan niet vloeiende overgangen Doorgaans banjeren we de volgende ruimte of het volgende moment gedachtenloos in, met negeren van de kleine, bijna onzichtbare maar belangrijke drempel daar tussenin. En het is belangrijk daarbij even stil te staan. Letterlijk.

Je hebt het vertrouwde achter je gelaten en je wacht om het onvertrouwde, de ruimte van niet-weten binnnen te gaan. Een liminiale ruimte is vaak een al dan niet zichtbare drempel, een overgangsgebied tussen twee afgebakende situaties, plekken of levensfasen. Je bent niet meer wie je was maar je bent ook nog niet wie je zult zijn. Vandaar dat bijvoorbeeld kinderen liminale ruimtes of ervaringen vaak aanvoelen als ongemakkelijk, kwestbaar en onzeker. Liminaliteit is altijd tijdelijk, maar de duur kan variëren van de paar seconden die het vergt om een drempel over te stappen tot maanden of zelfs jaren. Denk bijvoorbeeld aan de rouw om een gestorven partner of een echtscheiding of het verlies van een kind.

Vanuit zenperspectief is de liminale ruimte en de tijd die we er met aandacht en ontvankelijkheid in verblijven zeer belangrijk. Ze geldt als ruimte van niet-weten, van verblijven met de onbestemde, nog niet uitgesproken wijsheid van de tussenruimte. Zoveel van wat uitgezegd, benoemd, voorspeld of gepland kan worden is maar een fractie van wat bestaat. Al de rest, en dat is het leeuwendeel van het leven, woont in het mysterie van niet-weten. Alles stroomt daarin, ongezien, en het enige wat we redelijkerwijs kunnen doen hoort tot de disciple van het loslaten met lege handen, zonder inspanning of opzet, in overgave aan de genade die ons, in welke vorm dan ook, tegemoet komt vanuit dit mysterie.

Samengevat: de liminale ruimte geeft je het geschenk van niet-weten, van de onthaasting, van de balans tussen stilhouden en bewegen. Je gaat van véél - je bezige leven, het navigeren van je auto door het drukke verkeer, de playlist op je radio - naar de wijsheid van minder.
Echte geestelijke groei is geen kwestie van toevoegen maar van aftrekken, geen kwestie van meer maar van minder. Door los te laten wat niet langer dient, door op te houden met een agenda die nergens toe leidt. Door steeds opnieuw te beginnen. Elke stap kan een misstap zijn maar is tegelijk een kans om opnieuw te beginnen. Je kunt dus niet falen, het pad is geen rechte lijn. Zaak is alleen rechtdoor te lopen, eerlijk, ontvankelijk. "Only go straight, don't know". Dat was de centrale aanbeveling van de Koreaanse zenmeester Seung Sahn. HIj bedoelde daarmee: laat ze gaan, die ideeën, die verwachtingen, die gedachten. Laat ze gaan en wees hier, direct, volledig aanwezig in dit eigenste moment. Je kunt je oorspronkelijke geest vertrouwen. Concentreer je op je adem, op je buiging en raak niet gevangen en snijd zo radicaal door verwarring en gehechtheid om ruimte te maken voor die heldere geest en diepe compassie.

Bij het betreden van de zendo maak je een buiging of gassho. Die drukt het letterlijk uit: het achter "de rug" laten van het bekende en het nederig betreden van het niet-weten. Want de lege ruimte van de zendo zal zich vullen met alles waar wij ruimte voor creëren door onszelf achter te laten. Over die buiging heb ik zo meteen nog maar eerst iets anders: de noble silence of de edele stilte, zo dierbaar aan zen.

2.2 Edele stilte

In de zendo, op je weg naar je zitplaats, staande achter je kussen of bankje wordt er niet gesproken. Enkel de zenleraar zal, bij hoge uitzondering, iets zeggen en samen zul je op het einde van de tweede zitperiode 'De gelofte aan de Mensheid' reciteren en dat is het dan. De uiterlijke stilte wordt idealiter gedubbeld door ook een innerlijke stilte. Dat is niet alleen kwestie van het stilvallen van het altijd doorgaande mentale gekwebbel maar het is ook openheid op de Stilte die voorafgaat aan geluid of stilte als afwezigheid van geluid. Stilte is het keer op keer aanwezig zijn bij de adem die zich losmaakt uit de leegte en er weer naar terugkeert: onherhaalbaar, beweeglijk als water. Dat op te merken, het weer loslaten en opnieuw beginnen. En dat alles opnieuw en opnieuw vanuit de geest van de beginner.
Om de geest in deze nobele stilte te handhaven, leerde de 10de eeuwse Indiase meester Tilopa wat hij de zes rustpunten noemde en wat nog steeds geldrt als de belangrijkste ondersteuning van de meditatiepraktijk:

• niet herinneren,
• niet denken,
• niet anticiperen,
• niet mediteren,
• niet analyseren
maar natuurlijk rusten in de heldere, lichtgevende geest.


2.3. Het wachten
(to be continued)


2. 4. Buigen naar het lege midden

Toen Mozes geroepen werd om zijn lijdende volk uit de onderdrukking van de Egyptenaren te bevrijden, verscheen God hem op de heilige berg Horeb. Daar verscheen een stem hem als een vuur in een doornstruik die niet verbrandde. Toen Mozes op die struik af stapte, bezwoer God hem niet dichterbij te komen en zijn schoenen uit te trekken want hij stond op heilige grond.

Voor de zentraditie geldt de lege ruimte als een heilige ruimte, als de Tathagatagharba, de baarmoeder (gharba) van de Aldus Gekomene (Tathagata, een andere naam voor de Boeddha, hij die voorbij alle komen en gaan is).
Buigen naar deze lege ruime is veel meer dan een fysieke handeling. De buiging drukt de stellige intentie uit bewust aanwezig te zijn met lichaam, spraak en geest. Zij drukt erkenning uit van de leegte als kern van ons bestaan en dankbaarheid voor de geboden oefenplek. Voor de duur van de meditatie houden wij ons op aan de rand van ons bestaan, letterlijk, en geven voorrang aan het niet-weten dat ons vanuit de leegte tegemoet treedt.

In de regel is de meditatieruimte leeg. Bij ons staat er een brandende kaars maar eigenlijk is dat een fout. In een zendo is wel degelijk een klein meditatie-altaar aanwezig maar dat staat, net als de mediterenden zelf, aan de rand. Daarom staan in de regel een beeldje van Manjushri (Bodhisattva van wijsheid en inzicht, herkenbaar aan het zwaard waarmee hij illusies doorsnijdt), brandt een wierookstokje en staan bloemen of een plantje en een kaars. De kaars staat voor onze Boeddhanatuur. De wierook staat voor de dharma, de leer die de hele werkelijkheid doortrekt. Het plantje staat voor de sangha en haar leden, allemaal verschillend van aard en karakter maar toch verbonden door dezelfde wortel. Merk op dat je in de regel geen voorstelling van de Boeddha ziet in de meditatieruimte. Boeddha, dharma en sangha zijn de elementen waar wij onze toevlucht toe nemen. Daarover zo dadelijk meer

(to be continued)

Terug naar Home
Elements for macOS application icon. Made in Elements